Een huishoudelijke hulp die geld van haar hoogbejaarde werkgever steelt, een gestreste mantelzorger die een tik als laatste redmiddel ziet of een verpleegster die door tijdgebrek wel erg hardhandig met een oude dame omgaat. Zomaar wat voorbeelden van zaken die regelmatig misgaan in de zorg. Ouderenmishandeling is een steeds groter wordend probleem in Nederland waar, naar schatting van de overheid, zo’n 200.000 65-plussers onder te leiden hebben.

Ouderenmishandeling gaat vaak verder dan fysiek geweld. Seksueel misbruik van ouderen, financiële uitbuiting en diefstal komen ook veelvuldig voor. Een ernstig probleem dus, zeker als je je beseft dat de slachtoffers vaak erg kwetsbaar zijn en de verschillende vormen van mishandeling een grote invloed hebben op hun leven. De groep daders bestaat uit allerlei soorten mensen: van familieleden tot verpleegkundig personeel en van uitgebluste mantelzorgers tot bijvoorbeeld de huishoudelijke hulp. Maar hoe komt het nou precies dat de cijfers omtrent ouderenmishandeling blijven stijgen?
Volgens cijfers van kennisinstituut en adviesbureau Movisie is het aantal meldingen over ouderenmishandeling de laatste jaren flink toegenomen. Van 855 meldingen in 2010 tot maar liefst 2360 meldingen in 2014. Movisie heeft verschillende verklaringen voor deze, opvallend hoge, scheiding. Zo wordt het taboe omtrent ouderenmishandeling flink doorbroken. Dankzij verschillende campagnes waarvan die van de Rijksoverheid het bekendste is (Het houdt niet op, niet vanzelf)wordt het onderwerp meer bespreekbaar. En wordt er een groter draagvlak gecreëerd onder de Nederlandse bevolking. Ook raken steeds meer professionals die in de zorg werken gewend om te werken met de ‘meldcode huiselijk geweld en mishandeling’. Deze meldcode moedigt de zorgverleners aan om elk signaal van ouderenmishandeling aan te kaarten en te bespreken.

 

Aantal meldingen ouderenmishandeling

Ondanks verschillende campagnes en goede instructies die verpleegkundig personeel krijgen, gaat er dus nog van alles mis. Esther (55) heeft dertig jaar lang gewerkt als verpleegkundige bij verschillende zorgaanbieders in Oost-Brabant. In haar lange loopbaan heeft Esther te maken gekregen met verschillende vormen van ouderenmishandeling:  ‘’Ik kan me nog wel een aantal gevallen herinneren waarin zeer duidelijk was dat er sprake was van ouderenmishandeling. Ik weet nog dat er een alleenstaande, hoogbejaarde vrouw bij ons in zorg kwam, waar ik op intake ging. De zoon van mevrouw woonde in het huis naast zijn moeder en kwam meteen over als een erg dominante man. De manier waarop hij tegen zijn oude moeder sprak was ronduit onbeschoft, lomp en hardhandig.’’ Maar niet alleen in zijn manier van praten kwam naar voren dat hij een kort lontje had: ‘’zijn moeder was erg slecht ter been en deze man trok haar zowat overeind uit haar stoel en trok haar mee naar de keuken waar van mij verwacht werd dat ik mevrouw wondverzorging gaf.’’ De eerste vermoedens waren al bevestigd maar in de maanden die verstreken zag ik steeds vaker dat mevrouw schichtig reageerde als je een onverwachte beweging maakte. Ook had ze wel eens bloeduitstortingen en blauwe plekken. Iets dat bij mij alle bellen deed rinkelen.’’

Een patiënt confronteren met de mishandeling is lastig. De verpleegkundige snijdt een onderwerp aan waar iemand zich voor schaamt en iets waar het slachtoffer vaak niet bij stil wil staan. In het geval van de oude dame en haar zoon waren er meer collega’s die aan de bel trokken: ‘’ik heb het neergelegd bij mijn manager en bij de huisarts van mevrouw. Nadat ook andere collega’s dezelfde signalen zagen als ik, werd er snel werk van gemaakt. Mevrouw gaf toe dat haar zoon soms wel erg hardhandig met haar omging. Zelf dacht ze dat dit kwam door stress. Een hulpbehoevende moeder die naast je woont, en maar twee zorgmomenten per dag krijgt, vergt veel tijd.’’ Uiteindelijk werd in goed overleg besloten mevrouw over te plaatsen naar een verpleeghuis.

Dat familieleden dus een rol kunnen spelen in de mishandeling bevestigt Esther. Maar in het bovengenoemde voorbeeld was er duidelijk sprake van een situatie die zo stressvol was voor de zoon, dat hij het niet alleen aan kon. En een hardhandig optreden als laatste redmiddel zag. Toch hoeft dit niet altijd het geval te zijn. Soms is er sprake van een echtpaar waarvan een kant het niet kan aanzien dat zijn of haar wederhelft langzaam aftakelt. ‘’Een collega van mij was eerste verantwoordelijke bij een echtpaar op leeftijd waarvan de man zware dementie had. De vrouw was nog goed bij kennis en vond het vreselijk om aan te zien dat haar man niet meer de man was, die hij altijd geweest was. Er ontstond een situatie die voor zowel meneer als mevrouw onhoudbaar was. Zij schold haar man uit, vernederde hem verbaal en verwaarloosde hem. Ze kon niet langer aanzien dat hij zo hulpbehoevend was en kon zeer weinig van hem hebben. Zeer schrijnend maar de man was beter af in een verzorgingshuis. Tegenover de vrouw werd niks gedaan. Zij was vooral ontdaan dat haar man overgeplaatst was naar een andere plek, en was zich van geen kwaad bewust.’’

Ook hulplijn Fier! die zich onder andere inzetten tegen ouderenmishandeling, zien de cijfers flink stijgen. Ook Fier! heeft zo haar eigen visie op de toename van ouderenmishandeling en wat eraan gedaan kan worden: ‘’Geweld is en blijft taboe, dus wij denken dat ouderenmishandeling een nog groter probleem is, dan uit de cijfers naar voren komt. Er zijn vast genoeg vermoedens waarover nooit een melding wordt gemaakt.  Toch denken wij dat de toenemende bekendheid over ouderenmishandeling, en daarmee ook een hoger aantal meldingen, komt door expertisecentra als Fier!, door de komst van beter functionerende wijkteams en goede gedragcodes in de zorg.’’

Toch is Fier! niet helemaal te spreken over de bekende overheidscampagne die de Nederlandse tv beheerst:’De campagne zorgt vast en zeker voor meer bekendheid over het onderwerp, maar of het er daadwerkelijk voor zorgt dat het ook minder wordt, vraag ik me af. Voor niet professionals is ouderenmishandeling lastig te herkennen. Geweld is natuurlijk zeer complex en kent veel verschillende vormen. Om hier een landelijke campagne aan te koppelen, is nooit verkeerd maar wij van Fier! denken dat enige deskundigheid toch van belang is. Naamsbekendheid creëren is absoluut niet verkeerd maar het herkennen van ouderenmishandeling blijft voor veel buitenstaanders een zeer lastige klus.’’

Ook hulplijn Fier! die zich onder andere inzetten tegen ouderenmishandeling, zien de cijfers flink stijgen. Ook Fier! heeft zo haar eigen visie op de toename van ouderenmishandeling en wat eraan gedaan kan worden: ‘’Geweld is en blijft taboe, dus wij denken dat ouderenmishandeling een nog groter probleem is, dan uit de cijfers naar voren komt. Er zijn vast genoeg vermoedens waarover nooit een melding wordt gemaakt.  Toch denken wij dat de toenemende bekendheid over ouderenmishandeling, en daarmee ook een hoger aantal meldingen, komt door expertisecentra als Fier!, door de komst van beter functionerende wijkteams en goede gedragcodes in de zorg.’’

Dat ouderenmishandeling blijft toenemen is dus wel duidelijk. Ouderen maken een steeds groter wordende groep uit in de Nederlandse samenleving en blijven steeds langer zelfstandig wonen. Hierdoor zijn zij afhankelijk van een groot team dat zorg levert, of van familieleden die optreden als mantelzorger. Hier gaat het nog wel eens mis.  Stress, hoge werkdruk, veeleisende ouderen en werk doen waar men niet gekwalificeerd voor is zijn de perfecte ingrediënten voor een uitbarsting waarin een oudere het slachtoffer kan worden van mishandeling.

Natuurlijk is er niet alleen maar slecht nieuws. Dankzij de campagnes van de overheid wordt het bewustzijn over ouderenmishandeling een stuk groter en komt het onderwerp uit de taboesfeer. Ook medewerkers in de zorg krijgen de goede instructies en kunnen zo makkelijk ouderenmishandeling herkennen.  Ouderenmishandeling is een sluimerend probleem in Nederland, maar met alle bekendheid die het probleem langzaam krijgt, kunnen we alleen maar hopen dat de cijfers zullen stagneren en het probleem niet groter gaat worden.

Toch is er niet alleen maar slecht nieuws. Dankzij campagnes van de overheid wordt het bewustzijn over ouderenmishandeling een stuk groter en komt het onderwerp uit de taboesfeer. Ook medewerkers in de zorg krijgen de goede instructies en kunnen zo makkelijk ouderenmishandeling herkennen. Ouderenmishandeling is een sluimerend probleem in Nederland, maar met alle bekendheid die het langzaam krijgt, kunnen we alleen maar hopen dat de cijfers zullen stagneren en het probleem niet groter gaat worden.

Toch is Joeri Veen, medewerker van de Nederlanse Algemene Bond voor Ouderen, hier niet helemaal zeker van: ‘’Dat het aantal meldingen stijgt, is prima en dat ligt dan ook aan de campagnes. Je ziet dat er een groter draagvlak wordt gecreëerd. Toch zijn wij bang dat dit nog maar het topje van de ijsberg is, het daadwerkelijke aantal mishandelingen is onbekend en ligt waarschijnlijk stukken hoger. Dit geeft maar weer aan dat er nog een lange weg te gaan is. Ik ben dan ook zeer te spreken over Staatssecretaris van Rijn, die bezig is met een grootschalig onderzoek naar deze slepende kwestie. Natuurlijk zullen ook wij van de ouderenbond ons blijven inzetten voor dit probleem. Iets dat we in de toekomst vanzelfsprekend ook blijven doen want dit probleem moet worden teruggedrongen.’’